Eerste schriftelijke vermelding van Doesburg

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

1228

Bronnen:

De vroegste zekere schriftelijke vermelding van Doesburg is een oorkonde uit 1228, waarin de bisschop van Utrecht afstand doet van het patronaatsrecht van de Doesburgse kerk ten gunste van het klooster Bethlehem bij Doetinchem — hij achtte dat recht beter in handen van geestelijken. Vóór die tijd hield heer Hendrik van den Bergh (vermeld tussen 1207 en 1245) dit patronaatsrecht, op onbekende grond. Een pauselijke bevestigingsbrief van Gregorius IX uit 1235 aan Hendrik van den Bergh ondersteunt het bestaan van deze leenverhouding, ook al wordt de oorkonde van 1228 zelf door sommige historici als vervalsing beschouwd. Er bestond op dat moment al een kerspel Doesburg met een eigen parochiekerk, sinds het begin van de 13e eeuw — dat is dan ook de vroegste periode waarin Doesburg in schriftelijke bronnen wordt genoemd. Een eerder gepubliceerde datering tussen 1053 en 1071 kon niet worden herleid tot een originele oorkonde of archiefstuk en is daarom niet langer als vaststaand feit aangehouden.