Grote kerkbrand verwoest de Sint-Maartenskerk
tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000
1483
Bronnen:
- Beschryving van het begin, opkomst, en aanwas der stad Doesburg , Adam Huygen (geraadpleegd 24-08-2026.)
- Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg — Oud Archief der Gemeente Doesburg – Regestenlijst + Toegevoegde Index, periode 996-1543 (archiefnummer 48) (regest nr. 1272, 7 november 1511: de Doesburgse burgemeesters ontvangen van kerkfabriekmeester Gerardus Scaep ruim driehonderd gulden "voor herstel van de door brand en oorlogsomstandigheden beschadigde moederkerk", ingezameld door pauselijk commissaris Raymundus ter gelegenheid van het jubeljaar — 28 jaar na de brand van 1483 was de herstelfinanciering dus nog gaande. Origineel Inv. nr. 2239. Index samengesteld door J.B. Baneman, Genealogie in de Achterhoek, 2025.)
De hoofdkerk van Doesburg, aan Sint-Maarten gewijd en al eeuwenlang de “Moederkerk” van de stad genoemd, gaat in 1483 samen met haar toren volledig in vlammen op. Huygen noemt geen oorzaak. Hetzelfde jaar laat het stadsbestuur, kennelijk om andere redenen, een aanwassend zandbankje in de IJssel in gebruik nemen voor het vee van de burgers — de latere stadsweide “de Start”. Ruim zestig jaar later, in 1547 of 1548, zou de herbouwde kerktoren opnieuw door vuur verwoest worden, ditmaal door blikseminslag.