Blikseminslag verwoest de kerktoren, landelijke loterij financiert herbouw
tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000
3e zondag na Pasen 1547, volgens een andere overlevering vrijdag in de 2e week voor Pinksteren 1548 1547
- Beschryving van het begin, opkomst, en aanwas der stad Doesburg , Adam Huygen (geraadpleegd 24-08-2026. Huygen zelf geeft twee data: de derde zondag na Pasen 1547, of volgens andere overlevering de vrijdag in de tweede week voor Pinksteren 1548 rond 17.00 uur.)
Na de brand van 1483 treft de Sint-Maartenskerk een tweede keer onheil. Huygen noemt zelf twee mogelijke data voor deze ramp — bronnen uit zijn tijd waren het er kennelijk niet over eens. Na een periode van mooi weer steekt plotseling een zwaar onweer op; de bliksem slaat in de toren, en het vuur is niet te stuiten. Toren, kerk, klokken, een fraai hoog gewelf en het orgel gaan verloren. Om de wederopbouw te financieren wendt de stad zich tot de keizer, die toestemming geeft voor een loterij die door de hele Nederlanden gehouden mag worden — een ongewoon breed opgezette geldwervingsactie voor die tijd, die samen met de vrijgevigheid van de eigen burgerij de herbouw van kerk en toren mogelijk maakt.