Stadsmuur afgebroken op last van prins Maurits

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

1607

Bronnen:

Twintig jaar na de herovering door Leicester verliest Doesburg een groot deel van zijn middeleeuwse aanzien: in 1607 besluiten de Staten-Generaal en prins Maurits dat de verouderde stadsmuur met haar torens moet worden afgebroken. Alleen de poorttorens en de Rode Toren — het laatste restant van het kasteel dat in 1537 door de eigen burgers was gesloopt — blijven overeind. De Rode Toren dient sindsdien als gevangenis voor het richterambt van Doesburg, en een toren bij de oude Ooypoort doet dienst als stadsgevangenis, in plaats van de vroegere Hameidepoort (de huidige Meipoort). De Rode Toren (in de bronspelling ook ‘De Roode Tooren’) was oorspronkelijk gebouwd op last van hertog Karel van Gelre als dwangburcht, voor een belangrijk deel bestaand uit een gevangenis waar stadsgenoten die hun opgelegde oorlogsbelastingen niet konden of wilden betalen werden vastgehouden, tot het geëiste bedrag alsnog op tafel kwam. In hetzelfde jaar 1607 richt prins Maurits Doesburg ook in als vaste frontierstad, een grensvesting van de Republiek.