Van Hengel en Lensvelt groeit uit tot multinational met vestiging in Ruhrort

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

1889

Bronnen:

In 1889 wordt een nieuwe vennootschap opgericht met drie in plaats van twee vennoten en twee in plaats van één vestiging: naast Doesburg komt er een tweede fabriek in het Duitse Ruhrort, aan een grote binnenhaven van de Rijn bij Duisburg. Gerrit Wijnand Lensvelt vertrekt naar Ruhrort om de zaak te leiden (tot 1917); zijn broer Anne Jan Adriaan wordt algemeen directeur vanuit Amsterdam. De Ruhrortse vestiging wordt in 1896 een afzonderlijk bedrijf, met goedkopere Duitse steenkool als concurrentievoordeel ten opzichte van Doesburg. In 1916 verdwijnt de naam ‘Van Hengel en Lensvelt’ en wordt het bedrijf ‘N.V. Nederlandsche Oliefabriek’ met de Doesburgse fabriek als nevenvestiging; het bedrijf wordt in 1920 opgeheven en de inventaris en het onroerend goed in Doesburg, Amsterdam en Duitsland worden verkocht. In 1923 brandt het voormalige fabrieksgebouw in de Kloostertuin, dat dan als timmerwerkplaats in gebruik is, grotendeels af. Medeoprichter Gerrit Hendrik van Hengel, die decennialang ook gemeenteraadslid, wethouder en commissaris van de Gelderse Tramwegen was, overlijdt een jaar later, in 1924.