Vergunning voor een leenbank aan Amsterdamse joden in Doesburg

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

1639

Bronnen:

In een octrooi van 16 september 1639 verlenen burgemeesters, schepenen en raad van Doesburg de Amsterdamse joden Godschalck Isac en Simon Levi toestemming zich met hun families zes jaar in de stad te vestigen en er een ‘bancke van Leen’ (een pandjeshuis) te houden, tegen een winst van een achtste stuiver per gulden per week. De geoctrooieerden krijgen daarbij vrijstelling van wacht- en garnizoensdienst en van het onderhoud van de grachten, en een stuk grond als joodse begraafplaats toegewezen — op voorwaarde dat zij zich onthouden van ‘blasphemien ende lasteringen’ tegen het christelijk geloof. De pacht wordt in 1645 en 1656 verlengd. Dit octrooi is een van de vroegste directe bronnen over de aanwezigheid van joden in het 17e-eeuwse Doesburg; de eerste vermelding van een individuele jood in de stad, ‘Joseph de jode’, dateert al van rond 1335.