Stichting van de Commanderij van de Duitse Orde
tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000
12 juni 1286
- Doesburgse Archeologische Publicaties (DAP) — De Commanderij (2). Historie en archeologie van een huis van de Duitsche Orde, Kerkstraat 11 te Doesburg (DAP 15) — N. Eeltink, B. Fermin, M. Groothedde & E. Rompelman, 2015 (geraadpleegd 26-08-2026.)
- Doesburgse Archeologische Publicaties (DAP) — De Commanderij. Een middeleeuwse muur in Kerkstraat 11 te Doesburg (DAP 12) — Bert Fermin en Michel Groothedde, 2015 (geraadpleegd 27-08-2026. Bron voor de 1282-precisering.)
De eerste commandeur van de Duitse Orde resideert al vanaf 1282 als pastoor in Doesburg. Op 12 juni 1286 volgt de formele toewijzing: de proosten van de Dom van Utrecht, Deventer en Oldenzaal wijzen in een geschil tussen de Duitse Orde en het convent van Bethlehem het recht toe aan de Duitse Orde om pastoors en kapelaans te leveren voor de Martinuskerk. De commandeur vestigt zich aan de Kerkstraat, tegenover de kerk — de Commanderij is daarmee de pastorie (weme) van de Martinuskerk. De Duitse Orde zelf was in 1190 opgericht tijdens het beleg van Akko in de Derde Kruistocht, aanvankelijk om gewonde en zieke kruisvaarders te verplegen; de eerste vestiging in de Nederlanden ontstond in 1218-19 in Dieren. Een hoofdhuis bestond idealiter uit een commandeur en twaalf broeders, naar het voorbeeld van Jezus met zijn twaalf discipelen: adellijke ridderbroeders en geestelijke priesterbroeders die na inwijding de orde niet meer mochten verlaten.