Gasthuiskapel krijgt een eigen altaar, gewijd aan Sint Antonius
tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000
12 september 1401
Op 12 september 1401 krijgt de Gasthuiskapel een eigen altaar, gewijd aan Sint Antonius — onduidelijk is of dit Antonius Abt of Antonius van Padua betreft, aan beide heiligen zijn gasthuizen gewijd. Priester Celekinus Nycolauszoon sticht bij die gelegenheid de bijbehorende vicarie. Pas vanaf ongeveer 1352 was er een priester aan het gasthuis verbonden; daarvoor werd gewerkt met een draagaltaar. De exacte stichtingsdatum van de Gasthuiskerk zelf is niet bekend, maar in 1337 wordt voor het eerst een zekere Armegart Wermboldsdochter genoemd die een jaarrente overmaakt ten behoeve van een “te stichten gasthuis”; stukken uit 1352 en 1354 bevestigen het bestaan van dit Heilige Geestgasthuis.