Hertog Karel van Gelre grijpt in tegen Lutherse fraters

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

1529

De Lutherse leer had vanaf het midden van de jaren 1520 grote invloed binnen het Doesburgse fraterhuis (het klooster van de broeders des gemenen levens, Paardenmarkt): in 1525 kwam bij de hertog een klacht binnen dat sommige fraters van ketterij verdacht werden, in 1527 verlieten twee clerici het huis en in 1528 volgde Matthias Kempis, van wie de kroniek vermeldt dat hij ‘nova doctrina infectus’ (besmet door de nieuwe leer) zou zijn. In 1529 kwam hertog Karel van Gelre zelf naar de stad om de Lutheranen te ontmoedigen. Twee leden van het fraterhuis, heer Jacobus Bislick en Johannes Huesden, ontvluchtten de stad nog voor zijn aankomst. De Dominicaan Henricus Wichert en schoolmeester Arnoldus Kuijck werden gevangengenomen; Wichert kwam snel vrij, maar Kuijck werd schuldig bevonden aan ketterse denkbeelden — vooral de grote hoeveelheid Lutherse boeken in zijn bezit werd hem noodlottig — en op bevel van de hertog onthoofd en vervolgens verbrand. Het optreden markeert hoe de Reformatie al ruim vóór de officiële overgang van de stad (1578-1580) voor onrust zorgde binnen de Doesburgse geestelijke gemeenschappen.