Rooms-Katholieke Sint-Martinuskerk gebouwd aan de Kloosterstraat
tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000
1811 – 1971
- Doesburgse Archeologische Publicaties (DAP) — Het convent 'Maria opten aelden grave'. Archeologisch en historisch onderzoek Kloosterstraat 17 in Doesburg (DAP 16) — Bert Fermin, Rachel Brouwer & Davy Kastelein, 2016 (geraadpleegd 26-08-2026, PDF via Playwright/Memorix-omweg.)
Na de invoering van de godsdienstvrijheid in de Bataafse Republiek (1795) konden Doesburgse katholieken, die er tot dan toe met schuilkerken het hoofd bij moesten houden, weer openlijk hun geloof belijden. Toen koning Lodewijk Napoleon in 1809 Doesburg bezocht, schonk hij de protestanten ƒ 6.000,- voor de restauratie van de Grote Kerk (Martinikerk) en de katholieken ƒ 21.000,- voor de bouw van een nieuwe kerk. Met die gift kon in 1811 de neoclassicistische RK Sint-Martinuskerk aan de Kloosterstraat worden gebouwd, net buiten het voormalige kloosterterrein van het Grote Convent. Rondom de kerk ontstond in de loop van de 19e eeuw een cluster van katholieke instellingen: een meisjesschool, de ‘Dochters van Maria en Jozef’ uit Den Bosch (vanaf 1848) en later de Franciscanessen van de H. Elisabeth (vanaf 1899, met het Sint Elisabeth-Ziekenhuis vanaf 1907). De kerk werd in 1965 buiten gebruik gesteld en in 1971 afgebroken om plaats te maken voor een bejaardentehuis; ook de naastgelegen pastorie (1876 verbouwd) en het Vereenigingsgebouw (1912) verdwenen toen. Het orgel van Maarschalkerweerd verhuisde in 1967 al naar de Martinikerk.