Het Weduwenhuis wordt gesticht in het pand van de vertrokken Fraters

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

6 juni 1448

De Zwolse Broeders des Gemenen Levens (de Fraters) verlaten in 1426 hun stad na een conflict met hun eigen magistraat en vestigen zich in Doesburg. Na eerst onderdak gehuurd te hebben, kopen ze in 1429 een pand tussen de Veerpoort- en de Waterstraat. De storende aanwezigheid van veel herbergen doet hen in 1448 verhuizen naar een hoeve aan de tegenwoordige Nieuwstraat. Het door de Fraters achtergelaten pand koopt vicaris en priester Evert van Bingerden aan, met het doel er een tehuis voor armen, in het bijzonder arme vrouwen, in te vestigen. Op 6 juni 1448 keurt de magistraat de stichting van het tehuis en de daarvoor vastgestelde regels goed. Het gesticht krijgt de naam Weduwenhuis of Domus Viduarum en biedt huisvesting aan negen weduwen, onder dagelijks toezicht van een van hen met de titel Moeder. Het stond aanvankelijk onder bestuur van het Fraterhuis, en kwam na de Reformatie in handen van de Provisorie.