Doesburg toegelaten tot de Hanze
tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000
28 mei 1447
- Doesburg Vertelt — Het Hanzeverleden van Doesburg; de grote Pinkstervergadering van 1447 (geraadpleegd 25-08-2026 via verhalenplatform.doesburgvertelt.nl.)
In aanloop naar de grote Hanze-Pinkstervergadering (de ‘Trinitatis’) van 28 mei 1447 in Lübeck komen de Overijsselse, Gelderse en Kleefse steden op 22 april 1447 in Deventer bijeen als de ‘Zuiderzeesteden’, om gezamenlijk op te trekken tegen de dominantie van Lübeck. Met steun van Keulen en andere Westfaalse steden wordt de zoveelste bede van Doesburg en de andere Zuiderzeesteden om lid te worden ten slotte gehonoreerd. Doesburg wordt in Lübeck vertegenwoordigd door de grotere hanzestad Zutphen, die al eerder een zetel aan de vergadertafel voor 46 leden had verworven; de Doesburgers krijgen wel het recht om voortaan zelfstandig de regionale vergaderingen in Keulen (de Drittestage) bij te wonen. Doesburg draagt als contributie 60 taler bij aan de Hanze — die in totaal 6200 taler per jaar int — en profiteert van de gunstige ligging aan het kruispunt van IJssel en Oude IJssel, twee jaarmarkten en tolvrijstelling in Lobith, Nijmegen, Tiel en Zaltbommel. Een stapelrecht, zoals de grotere buursteden Arnhem, Zutphen en Deventer dat wel hebben, krijgt het te kleine Doesburg (destijds nog geen 3000 inwoners) niet. Doesburg blijft tot in de tweede helft van de 16e eeuw actief in het Hanzeverband; bij de laatste bijeenkomsten, in Wesel (1564) en Emmerich (1567), is de stad een van de weinige Nederlandse Hanzesteden die nog komt opdagen.