Doesburgse Algemene Begraafplaats aan de Kraakselaan in gebruik genomen

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

1 mei 1829

Bronnen:

In september 1827 kondigen Provinciale Staten van Gelderland aan dat vanaf 1 januari 1829 niet meer mag worden begraven in kerken en kapellen binnen de bebouwde kom, en dat in steden met meer dan 1000 inwoners ook begraven op kerkhoven binnen de stadsmuren wordt verboden. Doesburg vindt na ‘rijp beraad’ een locatie op het Molenbolwerk ten noorden van de Meipoort, aan de Kraakse Allee (nu Kraakselaan). Begin december 1828 moet de gemeenteraad de provincie melden dat de deadline van 1 januari niet wordt gehaald omdat de grond nog onvoldoende is bezonken om er lijken in te begraven; de gouverneur van Gelderland noemt uitstel op 15 december aanvankelijk ontoelaatbaar, maar staat het twee weken later via het Provinciale Blad alsnog toe omdat meer begraafplaatsen nog niet gereed zijn. In maart 1829 moet het poortgebouw nog worden gebouwd; uiteindelijk wordt de begraafplaats op 1 mei 1829 in gebruik genomen. Een jaar later volgt de rooms-katholieke begraafplaats, eveneens aan de Kraakselaan. Oud-burgemeester Everhard Alexander Ver Huell wordt er op 13 mei 1829 als eerste begraven; in de rest van dat jaar volgen nog maar een handvol andere begrafenissen.