Doesburgse stadsmuur krijgt haar definitieve vorm

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

rond 1400

Een stadsbrede rioolbegeleiding door zes straten van de binnenstad maakte voor het eerst de volledige bouwgeschiedenis van de Doesburgse stadsmuur inzichtelijk. De stad begon in de 13e eeuw met een zuiver aarden wal, bekroond met een borstwering van hout of vlechtwerk. In de 14e eeuw kwam daar een bakstenen borstwering bovenop of binnenin — een tussenfase die tot dan toe onbekend was. Pas rond 1400 werd deze ondermetseld tot een volledig zelfstandige bakstenen stadsmuur: de blokken werden in fasen van anderhalve meter onder de bestaande muur gemetseld en verankerd in het stabiele rivierduinzand, waarna de oude aarden wal kon worden weggegraven. De datering rond 1400 valt samen met een periode waarin het economisch goed ging met Doesburg — er was dus geld voor dit kostbare project. Met de komst van geschut in de 16e eeuw raakten zulke stijve bakstenen muren echter achterhaald; vanaf dat moment ging men weer terug naar aarden wallen, die kanonskogels beter opvingen.