Familie Gordon vestigt zich blijvend in Doesburg
tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000
1735 – 1748
- Doesburg Vertelt — Gordons in Doesburg (geraadpleegd 25-08-2026 via verhalenplatform.doesburgvertelt.nl.)
- Doesburg Vertelt — Portret van de Doesburgse familie Gordon (geraadpleegd 25-08-2026 via verhalenplatform.doesburgvertelt.nl.)
Jacob Gordon (1701) treedt als jongeman in de voetsporen van zijn Schotse grootvader en kiest voor een militaire carrière in de Schotse Brigade, wier regimenten voornamelijk in de Nederlandse ‘barrièresteden’ liggen. In Maastricht ontmoet hij zijn latere vrouw, Johanna Maria Heijdenrijk (1709), dochter van de Nederduits Gereformeerde predikant van Maastricht. In oktober 1726, een maand voor hun huwelijk, is het bruidspaar al in Doesburg voor de ondertekening van hun huwelijkse voorwaarden. Hun oudste kinderen worden geboren in barrièrestad Ieper, waar Jacob is gestationeerd, maar in 1735 vestigt het gezin zich blijvend in Doesburg: de stad is door het eerdere bezoek al bekend terrein, en de vestingwerken van Menno van Coehoorn en de aanwezige militaire voorzieningen maken haar tot een ideale woonplaats ver van het front. Het gezin betrekt een gehuurd huis achter het inmiddels als Arsenaal in gebruik zijnde Grote Convent, in de voormalige Kloostertuin. In Doesburg worden nog vijf kinderen geboren: Adam Bernard Smits, Joan, Otto Derk, Robert Jacob (1743) en Aletta Gerarda; twee andere kinderen, Hendrik en Antonetta, overlijden in juli 1753 op respectievelijk vier- en tweejarige leeftijd, binnen veertien dagen na elkaar, en worden in de Grote Kerk begraven. In 1748 maakt vader Jacob, inmiddels hogerop in rang, de overstap naar een van de grootste en duurste huizen van de stad, aan de Veerpoortstraat op de plek van het latere Van Brakellhofje. De drie oudste zonen bezoeken de Latijnse school op de Markt; de twee jongste zonen, Otto Derk en Robert Jacob, volgen als tienjarigen hun vader in de Schotse Brigade en krijgen hun opleiding op een ‘Schotse school’ in de garnizoensstad van hun regiment. Oudste dochter Maria Robbertina (1733) keert op haar 25e terug naar Doesburg en trouwt er in 1759 met de latere Doesburgse burgemeester Bernard Johan Rasch; hun kleinzoon is de bekende Doesburgse natuuronderzoeker Johan Conrad van Hasselt (1797, zie het afzonderlijke event daarover). In 1756 verhuist het gezin Gordon naar Harderwijk en in 1761 naar Leiden, waar Jacob en Johanna Maria in 1776 en 1783 worden begraven in de Hooglandse kerk.