Geertruida de Gijselaar: van patriottendochter tot Doesburgse graftombe

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

7 juni 1789 – 1872

Bronnen:

Geertruida de Gijselaar is de dochter van Cornelis (Kees) de Gijselaar, een van de leiders van het patriottische verzet tegen stadhouder Willem V die na de mislukte revolutie van 1787 met veel geestverwanten naar het buitenland vlucht; Geertruida groeit op in Brussel, waar haar moeder overlijdt, en keert op haar tiende met haar vader en broer en zus terug naar de Republiek. In 1817 trouwt zij in Leiden met de twee jaar jongere luitenant Franciscus Gerhardus Hoffman. Van hun drie kinderen overlijdt dochter Johanna in 1832 op veertienjarige leeftijd; zoon Cornelis Nicolaas (1820) is degene die later bij zijn moeder in de Doesburgse graftombe wordt bijgezet. Begin jaren 1830 vestigt het gezin zich in Doesburg, waar Franciscus als advocaat en rentenier werkzaam is en de familie vermoedelijk het huis ‘Acanthus’ aan de Koepoortstraat 20 bewoont; Franciscus overlijdt in 1845 in Gouda. Geertruida’s jongere broer Nicolaas Cornelis de Gijselaar, die in 1815 bij Waterloo vocht, vestigt zich vanaf ongeveer 1855 eveneens in Doesburg, aan de Paardenmarkt; hij is via zijn neef Johannes Kneppelhout (‘Klikspaan’) goed bevriend met de in Doesburg geboren kunstenaar Alexander Ver Huell, die als Leidse student elke vrijdag bij hem op bezoek gaat. Geertruida overlijdt op 14 januari 1871 en wordt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Kraakselaan; haar dienstmeid Gerritje Harmsen (1875) en zoon Cornelis (1890) worden later in hetzelfde graf bijgezet. De rijksmonumentale graftombe, met een marmeren ‘kleed’, een rouwkrans met bazuinengel en een sierlijk gietijzeren hekwerk, komt in 1872 gereed en is gemaakt door de Doesburgse beeldhouwer en steenhouwer Jan Bernard Leverman, woonachtig aan de Paardenmarkt.