Rapport onthult schokkende armoede in naoorlogs Doesburg

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

1946

Bronnen:

In 1946 verschijnt een rapport van het Economisch Technologisch Instituut Overijssel over de economische omstandigheden van Doesburg en zijn ongeveer 5700 inwoners. Het rapport beschrijft de bevolking als ’traag’ en ‘indolent’, wijt dit onder meer aan drankgebruik en het lange garnizoensverleden, en signaleert dramatisch slechte woonomstandigheden: in 1945 zouden zeker honderd woningen moeten worden afgebroken, terwijl van 1936 tot 1946 geen enkel huis onbewoonbaar wordt verklaard — huiseigenaren verdienen goed aan de hoge huren op krotten. Ook het onderwijs scoort slecht: op sommige scholen wordt een kwart tot een derde van de leerlingen ‘psychisch onvolwaardig’ geacht, wat volgens het rapport dringend om een school voor Buitengewoon Lager Onderwijs vraagt. De grootste werkgever is de steenfabriek Bingerden aan de overkant van de IJssel, bereikbaar per veerdienst; bij ijsgang op de rivier vallen de arbeiders zonder inkomen.