Verraad van Boetbergen en Van Beeck: Doesburg valt in Silvesternacht

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

Silvesternacht 31 december 1467 – 1 januari 1468

Bronnen:

Op oudejaarsavond 1467 vieren de Doesburgers argeloos het einde van het jaar. Diezelfde nacht openen twee van hun eigen raadsleden, Pieter van Boetbergen en Herman van Beeck, uit wrok tegen hertog Adolf van Gelre in het geheim de poorten voor troepen van de hertog van Kleef. De verraders hadden eerst nog een eed van de Kleefsen afgedwongen dat burgers en bezit ontzien zouden worden — een belofte die meteen wordt gebroken. Er volgt plundering, gevangenneming van grote aantallen inwoners en de afbraak van huizen, waarvan het hout in de winter als brandstof dient omdat men uit angst voor de Gelderse troepen geen brandhout van buiten durft te halen. Huygen citeert een Latijns chronogram en een Nederlands vers die destijds op de noordmuur van de kerk te lezen waren. De stad krijgt het gebied binnen enkele maanden terug via een vredesverdrag, maar het verloren bevolkingsaantal en de afgebroken huizen groeien er volgens Huygen nooit meer volledig overheen. Een archiefstuk van enkele weken later noemt een van de gegijzelde burgers met naam: Menso Geritszoon werd bij de inname gevangengenomen en kon pas vrijkomen nadat het Fraterhuis van Doesburg zich garant had gesteld voor een losgeld van 1100 rijnsche guldens. Doesburg Vertelt noemt in 2022 dezelfde gebeurtenis en dezelfde eerste verrader (Pieter/Peter van Boetbergen), maar geeft de tweede naam als ‘Jan van Beeck’ in plaats van Huygens ‘Herman van Beeck’ — mogelijk een verschil in voornaamgeving tussen de bronnen, niet nader te verifiëren binnen dit onderzoek.