Watergeuzen veroveren en verliezen Doesburg

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

week voor Pinksteren 1572

Bronnen:

In het “wonderjaar” van de Opstand, wanneer overal in de Nederlanden steden overlopen naar de Watergeuzen, wordt ook Doesburg opgeëischt: graaf Van den Berg trekt met zijn troepen voor de stad, die zich vrijwel meteen overgeeft nog voor de eigen gezanten bij de stadhouder in Arnhem terug zijn. De Geuzen plunderen kerken, kloosters en andere geestelijke huizen, innen zelf de pachten van kerkelijk bezit en gebruiken het hout van geestelijke gebouwen om de stad te versterken — de geestelijkheid vlucht massaal weg. De zijbeuk van de Gasthuiskerk wordt tijdens deze bezetting vernield. Vanuit Doesburg trekt Van den Berg door naar Zutphen, dat eveneens valt. Het Geuzenbewind duurt niet lang: in november 1572 komt Gillis van Barlaimont met Spaanse troepen, waaronder de gevreesde “zwarte ruiters”, de stad heroveren. Doesburg krijgt een zwaar garnizoen onder de Spaanse kolonel Johan van Mendoza, waarvan de burgers de jaren daarna zeggen zwaar te lijden te hebben onder onderhoudslasten en willekeur. De wisseling van bezetters houdt daarna nog decennia aan: in 1576 keert de stad na de Pacificatie van Gent terug naar Staatse zijde, in 1585 wordt ze bij het zogeheten ‘verraad van Doesburg’ weer aan de Spanjaarden overgeleverd, en eind jaren tachtig herovert graaf Leicester de stad met kanonvuur (zie de afzonderlijke, nieuw gestagede events over 1576, 1585 en de herovering door Leicester in dv2021.json).