Wijnhuis en schepenhuis van het Doesburgse stadhuis samengevoegd
tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000
ca., eerste papieren vermelding eind 14e eeuw 1420 – 1665
- Doesburg Vertelt — Het motto dat onze bestuurders kozen rond 1665 (geraadpleegd 25-08-2026 via verhalenplatform.doesburgvertelt.nl.)
- Doesburg Vertelt — Stadhuis Doesburg door de eeuwen heen (geraadpleegd 25-08-2026 via verhalenplatform.doesburgvertelt.nl.)
De eerste papieren vermelding van een Doesburgs stadhuis dateert uit het einde van de veertiende eeuw: een rekening voor een goot tussen het stadhuis en het buurpand. Het betreft het oudste deel van het huidige stadhuis, het wijnhuis (ook Out Gelre genoemd) aan de Vischmarkt, met een trapgevel die de Doesburgse Monumentengids omschrijft als ‘een fraai voorbeeld van Nederrijnse baksteengotiek’. Het deel op de hoek van de Koepoort- en Roggestraat, het schepenhuis, is aanzienlijk jonger: dit vijftiende-eeuwse pand met zijn kenmerkende trapgevel en veelhoekig torentje stond aanvankelijk los van het wijnhuis. In de jaren vijftig van de zeventiende eeuw ontstaan plannen om beide huizen samen te voegen; die verbouwing wordt in 1663 gerealiseerd, met een nieuwe monumentale ingang aan de Roggestraat die het jaartal en het stadswapen draagt. Twee jaar later, in 1665, maakt stucwerker Robert Middewinter op de schouw van de nieuwe raadzaal een voorstelling van het Salomonsoordeel, met daaronder de Latijnse spreuk ‘Haec domus odit amat punit conservat honorat nequitem pacem crimina jura probos’ (‘Dit huis haat slechtheid, bemint de vrede, straft de misdaden, bewaart het recht en eert de rechtschapenen’). In de loop van de achttiende eeuw verdwijnen bij verbouwingen de trapjes van de achtergevel en de pinakels van de voorgevel, en in 1813 worden de gevels gepleisterd en van houten schuiframen voorzien.