De ‘Vischpartijtje’-kwestie: burgemeesters zetten sluis open in droge zomer

tot 800800–900900–10001000–11001100–12001200–13001300–14001400–15001500–16001600–17001700–18001800–19001900–2000vanaf 2000

3 september 1819

Bronnen:

De zomer van 1819 is extreem droog, en het water in de Oude IJssel staat ongekend laag — mede doordat de watermolen bij de sluis van Doesburg dat voorjaar moet worden gerepareerd, wat een lage waterstand vereist. Als een Doetinchemse handelaar in boomschors zijn lading via Doesburg naar Engeland wil verschepen en de rivier na regen eindelijk weer stijgt, blijkt de sluis opnieuw opengezet — vermoedelijk in opdracht van de burgemeesters Everhard Alexander Ver Huell en Johan Andries Tengbergen. In een boze brief aan tijdschrift De Weegschaal, gepubliceerd in de eerste editie van 1819, beschuldigt de handelaar de ‘Edel Achtbaren’ ervan de sluis voor hun eigen visplezier open te hebben gezet. Zijn bezoek aan het Stadhuis heeft effect: de sluisdeuren gaan weer dicht, al duurt het nog dagen voor het transport weer op gang komt.